Infrezen

Vloerverwarming infrezen

Het frezen van vloerverwarming in een dekvloer is o.a. bij renovatieprojecten nog een veel gebruikte methode.

In de dekvloer worden gleuven gefreesd waar de vloerverwarmingsbuizen precies in passen. De verwarmingsbuizen liggen direct onder de oppervlakte van de dekvloer. Wanneer de dekvloer volgens de geldende regels zijn aangebracht, en dus voldoende dik zijn, is dit geen enkel probleem. Zijn de dekvloeren te dun, dan kunnen buizen die in de vloer zijn verwerkt geraakt worden of doorgefreesd worden. Dit komt wel eens voor, maar doorgaans zijn dat uitzonderingen.

Het enige wat na het aanbrengen van de freesgleuven met daarin de verwarmingsbuizen nog moet gebeuren is het dichten van de gleuven. Deze worden volledig gevuld met sneldrogende tegellijm of een cement. Het resultaat is dan een egale vloer waarop de vloerbedekking goed hecht. Omdat de verwarmingsslangen pal onder de vloerbedekking liggen, is de temperatuur snel en goed te regelen. Een vloerverwarming infrezen is vaak al binnen 1 dag gerealiseerd.

Over een ingefreesde vloerverwarming kan praktisch elke gewenste vloerafwerking worden aangebracht: tegels, houten vloeren, laminaat, PVC, natuursteen, gietvloer etc.

Het voordeel van deze methode is dat de vloer niet wordt verhoogd. Voorwaarde bij het infrezen van vloerverwarming is dat dit wel zeer gelijkmatig gebeurt, waardoor een gelijkmatig verwarmde vloer ontstaat. Door gebruik te maken van professionele freesmachines voorzien van een stofafzuiger gebeurt het frezen praktisch stofvrij.

Voordelen van vloerverwarming infrezen

  • De dekvloer hoeft niet verwijderd te worden omwille van de aanleg van vloerverwarming
  • Geen verhoging van de bestaande vloer
  • Stofarm door directe stofafzuiging tijdens de werkzaamheden
  • Installatie in één dag (m.u.v. grote en harde oppervlaktes)
  • Snelle opwarming door de hoge ligging van de buizen in de vloer

Naast deze specifieke voordelen, geniet u met ingefreesde vloerverwarming natuurlijk ook van de standaard voordelen:

  • Energiezuinig
  • Een aangename omgevingswarmte en prettig leefklimaat
  • Meer vrijheid qua inrichting van uw woonomgeving door het ontbreken van radiatoren
  • Geen luchtcirculatie, dus een gezondere lucht in uw huis
  • Geen stofnesten meer in de radiatoren

Voorwaarden bij het frezen

  • een voldoende dikke zandcement of anhydriet dekvloer. Bij een vloer waarin geen leidingen zijn verwerkt is de minimale dikte 3 cm. Is dedekvloer te dun, dan zal de freesmachine stuiten op een ruwe betonvloer waardoor schade zal kunnen ontstaan aan de frezen of freesmachine.
  • Zijn er leidingen in de vloer verwerkt, dan dient de dekvloer minimaal 5 à 6 cm dik te zijn.
  • Bij voorkeur is de loop van aangebrachte leidingen bekend, zodat deze vermeden kunnen worden. Zeker bij het frezen in een vloer waar bijvoorbeeld nadien kookeiland is aangebracht is het van groot belang de loop van de leidingen te weten om schade te voorkomen. Dit is ook van groot belang bij het frezen in een badkamer.
  • Bij een verdiepingsvloer is de aangebrachte dekvloer ook vaak dunner. Men dient zich ook te realiseren dat in een dergelijke vloer ook elektriciteitsleidingen zijn verwerkt. Schade aan de elektrische leidingen dient te allen tijde voorkomen te worden: de opdrachtgever blijft verantwoordelijk voor de schade.
  • Bij frezen in een pas gelegde dekvloer dient deze al dusdanig te zijn uitgehard, dat er in gefreesd kan worden. Dat kan doorgaans 1,5 à 2 weken nadat de dekvloer is gelegd.
  • De vleor waarin gefreesd dient te worden dient zo egaal mogelijk te zijn: de kwaliteit van de ondervloer is bepalend voor het resultaat.
  • Door plavuizen of tegels frezen moet voorkomen worden: de tegels of plavuizen zijn mogelijk te hard, te zacht, zijn te glad zodat de freesmachine geen grip kan krijgen op de vloer, ze liggen deels los of komen los bij het frezen.
  • Ook het frezen in ruwe betonvloeren gaat in de regel met de veel gebruikte freesmachines niet
  • De dipete van de freesgleuven is afhankelijk van de diameter van de toegepaste verwarmingsbuizen. Bij de veelgebruikte 16 mm buizen zal de diepte max. 18-20 mm zijn.

Soorten dekvloer

Voor het installeren van vloerverwarming, aangesloten op uw eigen CV (of warmtepomp) biedt HEATNET en aantal methoden:

  1. infrezen in de zandcement of anhydriet dekvloer
  2. Montage op gegalvaniseerde draadstaalnetten in het geval er geen dekvloer aanwezig is

De meeste woningen zijn voorzien van een betonnen vloer met daarop een dekvloer. In oudere woningen liggen er meestal geen leidingen in de dekvloer, in de moderne woningen worden de leidingen veelal weggewerkt in de dekvloer.

Er zijn een tweetal veel voorkomende dekvloeren: zandcement en anhydriet.

In beiden kan zonder enig probleem een vloerverwarming gefreesd worden.
Infrezen is momenteel de meest voorkomende en voordeligste methode. Bij het infrezen liggen de verwarmingsbuizen net onder het niveau van de vloer. De vloer wordt niet hoger en er zijn geen problemen met de hoogten van deuren, kozijnen en met een mogelijk reeds aanwezige keuken.
Deze methode biedt een comfortabele vloerverwarming, waarbij de vloer snel opwarmt en goed te combineren is met een stenen vloerbedekking, zoals tegels, plavuizen, natuursteen, marmer etc.

Uw vloerverwarming wordt stofvrij in een zogenaamd slakkenpatroon ingefreesd.

Na het infrezen worden de verwarmingsbuizen aangebracht en aangesloten op de verdeler van de vloerverwarming. Deze wordt aangesloten oop uw CV en door ons gevuld en getest.
Daarna kan direct begonnen worden met het aanbrengen van de gewenste vloerbedekking.

Geen dekvloer aanwezig

Is er geen dekvloer aanwezig worden de verwarmignsbuizen gemonteerd op gegalvaniseerde draadstaalnetten met een maaswijdte van 10 cm.

Onder de draadstaalnetten wordt veelal een laagje isolatie aangebracht: deze laag dient ook als scheiding tussen de ruwe betonvloer en de nadien aan te brengen dekvloer (voorkomt o.m. scheurvorming in de dekvloer)
Ook bij deze methode worden de vloerverwarmingbuizen in een slakkenhuispatroon gemonteerd.(aan- en retourleiding liggen vlak naast elkaar, waardoor een optimale warmtespreiding wordt verkregen)
Na het monteren en aansluiten van de buizen op de verdeler, wordt deze door ons getest en kan de dekvloer worden aangebracht (langs de wanden wordt veelal nog randisolatie aangebracht)
Deze methode is geschikt voor vrijwel alle soorten vloerbedekking: steen, laminaat, parket, gietvloer etc.

Aangesloten op stadsverwarming

Bij een vloerverwarming aangesloten op een stadsverwarming komt het benodigde warme water niet van de eigen CV, maar wordt centraal verzorgd door de energiemaatschappij. Deze energiemaatschappijen stellen bepaalde eisen aan de verdelers van de vloerverwarming. De verdler dient aangepast te worden aan die eisen, die dienen ter beveiliging van het warmtedistributiesysteem. De aanpassingen hebben verder geen invloed op de werking van de verdeler.

De verdeler voor stadsverwarming heeft o.m. een extra thermostaatknop op de retourleiding. Deze thermostaatknop voorkomt dat er te warm water in de retourleiding van het verwarmingssysteem komt. De eisen en voorschriften voor aanpassing van de verdeler kunnen per energiemaatschappij verschillen.

Bij een vloerverwarming aangesloten op een stadsverwarming is er, naast de aanpassing van de verdeler, eigenlijk geen verschil met de handelwijze zoals bij het aansloten op een cv-ketel.